Grać (spelen)

Grać (spelen)

Leer het werkwoord "spelen" vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Grać (spelen)

Sport i ćwiczenia (Sport en beweging)

Pools
(ja) gram
(ty) grasz
(on/ona/ono) gra
(my) gramy
(wy) gracie
(oni/one) grają