Jeść (eten)

Jeść (eten)

Leer het werkwoord "Eten" vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Jeść (eten)

Codzienne rutyny (Dagelijkse routines)

Pools
(ja) jem
(ty) jesz
(on/ona/ono) je
(my) jemy
(wy) jecie
(oni/one) jedzą