Liczyć (tellen)

Liczyć (tellen)

Leer het werkwoord "tellen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Liczyć (tellen)

Liczby i liczenie (Cijfers en tellen)

Pools
(ja) liczę
(ty) liczysz
(on/ona/ono) liczy
(my) liczymy
(wy) liczycie
(oni/one) liczą