Mieć (hebben)

Mieć (hebben)

Leer het werkwoord "Hebben" vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Mieć (hebben)

Rodzina (Familie)

Pools
(ja) mam
(ty) masz
(on/ona/ono) ma
(my) mamy
(wy) macie
(oni/one) mają