Odpowiadać (antwoorden)
Leer het werkwoord "antwoorden" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Odpowiadać (antwoorden)
Pytanie o rzeczy (Dingen vragen)
| Pools |
|---|
| (ja) odpowiadam |
| (ty) odpowiadasz |
| (on/ona/ono) odpowiada |
| (my) odpowiadamy |
| (wy) odpowiadacie |
| (oni/one) odpowiadają |