Pić (drinken)
Vervoeging van pić (drinken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 6: Miasto i wieś (De stad en het dorp)
Les 39: Zamawianie jedzenia i spożywanie posiłków poza domem (Eten bestellen en uit eten gaan)
Werkwoordsvormen
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | ||||
|---|---|---|---|---|
Tryb rozkazujący
|