Pić (drinken)

Pić (drinken)

Leer het werkwoord "Drinken" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Pić (drinken)

Codzienne jedzenie (Dagelijks eten)

Pools
(ja) piję
(ty) pijesz
(on/ona/ono) pije
(my) pijemy
(wy) pijecie
(oni/one) piją