Pływać (zwemmen)

Pływać (zwemmen)

Leer het werkwoord "zwemmen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Pływać (zwemmen)

Sport i ćwiczenia (Sport en beweging)

Pools
(ja) pływam
(ty) pływasz
(on/ona/ono) pływa
(my) pływamy
(wy) pływacie
(oni/one) pływają