Pochodzić (komen uit)
Leer het werkwoord "komen uit" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanwijzende wijs
Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Pochodzić (komen uit)
Skąd jesteś? (Waar kom je vandaan?)
| Pools |
|---|
| (ja) pochodzę |
| (ty) pochodzisz |
| (on/ona/ono) pochodzi |
| (my) pochodzimy |
| (wy) pochodzicie |
| (oni/one) pochodzą |