Podróżować (reizen)
Vervoeging van podróżować (reizen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 6: Miasto i wieś (De stad en het dorp)
Les 41: Opisywanie zainteresowań (Hobby's beschrijven)
Werkwoordsvormen
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | |
|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |
|---|---|
Tryb rozkazujący
|