Poznawać (leren kennen)

Vervoeging van poznawać (leren kennen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Poznawać (leren kennen)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Categorie: a1

Module 4: Opisywanie przedmiotów i osób (Objecten en mensen beschrijven)

Les 28: Charakter i osobowość (Karakter en persoonlijkheid)

Werkwoordsvormen

Tryb oznajmujący (Indicatieve wijs)

Czas teraźniejszy 

Pools
(ja) poznaję
(ty) poznajesz
(on/ona/ono) poznaje
(my) poznajemy
(wy) poznajecie
(oni/one) poznają

Czas przeszły 

Pools

Czas przyszły 

Pools
Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs)

Tryb warunkowy 

Pools
Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs)

Tryb rozkazujący 

Pools