Poznawać (leren kennen)
Vervoeging van poznawać (leren kennen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 4: Opisywanie przedmiotów i osób (Objecten en mensen beschrijven)
Les 28: Charakter i osobowość (Karakter en persoonlijkheid)
Werkwoordsvormen
| Tryb oznajmujący (Indicatieve wijs) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Czas teraźniejszy
|
Czas przeszły
|
Czas przyszły
|
|||||||||
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | |
|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |
|---|---|
Tryb rozkazujący
|