Przygotować (voorbereiden)

Przygotować (voorbereiden)

Leer het werkwoord "voorbereiden" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Przygotować (voorbereiden)

Podawanie wieku (Je leeftijd zeggen)

Pools
(ja) przygotowuję
(ty) przygotowujesz
(on/ona/ono) przygotowuje
(my) przygotowujemy
(wy) przygotowujecie
(oni/one) przygotowują