Przynosić (brengen)

Przynosić (brengen)

Leer het werkwoord "brengen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, indicatieve wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Przynosić (brengen)

Zamawianie jedzenia i spożywanie posiłków poza domem (Eten bestellen en uit eten gaan)

Pools
(ja) przynoszę
(ty) przynosisz
(on/ona/ono) przynosi
(my) przynosimy
(wy) przynosicie
(oni/one) przynoszą