Siedzieć (zitten)

Siedzieć (zitten)

Leer het werkwoord "zitten" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Siedzieć (zitten)

Rośliny doniczkowe i ogrodowe (Kamerplanten en tuinplanten)

Pools
(ja) siedzę
(ty) siedzisz
(on/ona/ono) siedzi
(my) siedzimy
(wy) siedzicie
(oni/one) siedzą