Spacerować (wandelen)

Spacerować (wandelen)

Leer het werkwoord "wandelen" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Spacerować (wandelen)

Twoje zwierzęta (Jouw huisdieren)

Pools
(ja) spaceruję
(ty) spacerujesz
(on/ona/ono) spaceruje
(my) spacerujemy
(wy) spacerujecie
(oni/one) spacerują