Sprzątać (schoonmaken)

Sprzątać (schoonmaken)

Leer de werkwoord "schoonmaken" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, indicatief

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Sprzątać (schoonmaken)

Nasz dom (Ons huis)

Pools
(ja) sprzątam
(ty) sprzątasz
(on/ona/ono) sprząta
(my) sprzątamy
(wy) sprzątacie
(oni/one) sprzątają