Świecić (schijnen)
Vervoeging van Świecić (schijnen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 2: Od godzin do pór roku (Van uren tot seizoenen)
Les 10: Pogoda (Het weer)
Werkwoordsvormen
| Tryb oznajmujący (Indicatieve wijs) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Czas teraźniejszy
|
Czas przeszły
|
Czas przyszły
|
||||
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | |
|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |
|---|---|
Tryb rozkazujący
|