Używać (gebruiken)

Używać (gebruiken)

Leer het werkwoord "gebruiken" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Używać (gebruiken)

Sprzęt AGD (Huishoudelijke apparaten)

Pools
(ja) używam
(ty) używasz
(on/ona/ono) używa
(my) używamy
(wy) używacie
(oni/one) używają