Woleć (verkiezen)

Woleć (verkiezen)

Leer het werkwoord „verkiezen” te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Woleć (verkiezen)

Pory roku, miesiące i części roku (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)

Pools
(ja) czas teraźniejszy
(ty) wolę
(on/ona/ono) wolisz
(my) woli
(wy) wolimy
(oni/one) wolicie