Wychodzić (naar buiten gaan)

Wychodzić (naar buiten gaan)

Leer het werkwoord "naar buiten gaan" te vervoegen in het Pools: tegenwoordige tijd, bedrijvende wijs

Czas teraźniejszy, tryb oznajmujący (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Wychodzić (naar buiten gaan)

Piątkowy wieczór na mieście (Vrijdagavond uit)

Pools
(ja) wychodzę
(ty) wychodzisz
(on/ona/ono) wychodzi
(my) wychodzimy
(wy) wychodzicie
(oni/one) wychodzą