Wyglądać (er uitzien)
Vervoeging van wyglądać (er uitzien) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a1
Module 4: Opisywanie przedmiotów i osób (Objecten en mensen beschrijven)
Les 23: Wygląd fizyczny (Fysiek en uiterlijk)
Werkwoordsvormen
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | |
|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |
|---|---|
Tryb rozkazujący
|