Zrobić (doen)
Vervoeging van zrobić (gaan doen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Categorie: a2
Module 5: Codzienne gospodarstwo domowe (Dagelijks huishouden)
Les 35: Lokalne usługi i sklepy (Lokale diensten en winkels)
Werkwoordsvormen
| Tryby warunkowe (Voorwaardelijke wijs) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Tryb warunkowy
|
| Tryb rozkazujący (Gebiedende wijs) | |||
|---|---|---|---|
Tryb rozkazujący
|