Bailar (dansen) - Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Bailar (dansen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Bailar - Vervoeging van dansen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Pretérito perfecto, indicativo).

Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Bailar (dansen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Viernes por la noche (Vrijdagavond uit)

Vervoeging van bailar in Pretérito perfecto

Spaans Nederlands
(yo) he bailado ik heb gedanst
(tú) has bailado jij hebt gedanst
(él/ella) ha bailado hij/zij heeft gedanst
(nosotros/nosotras) hemos bailado wij hebben gedanst
(vosotros/vosotras) habéis bailado jullie hebben gedanst
(ellos/ellas) han bailado zij hebben gedanst

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
He bailado en la discoteca anoche. Ik heb gisteravond in de discotheek gedanst.
¿Has bailado en el evento del museo? Heb jij op het museumfeest gedanst
Ella ha bailado con el cantante famoso. zij heeft gedanst met de beroemde zanger
Hemos bailado durante la obra de teatro. Wij hebben gedanst tijdens het toneelstuk.
Habéis bailado en la exposición de arte. Jullie hebben gedanst op de kunsttentoonstelling.
Ellos han bailado con música de la radio. Zij hebben gedanst op muziek van de radio.