1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (9)

El cine

El cine Show

De bioscoop Show

El teatro

El teatro Show

Het theater Show

El baile

El baile Show

De dansavond Show

El concierto

El concierto Show

Het concert Show

El espectáculo

El espectáculo Show

De voorstelling Show

El artista

El artista Show

De artiest Show

Bailar

Bailar Show

Dansen Show

Cantar

Cantar Show

Zingen Show

Salir

Salir Show

Uitgaan Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

WhatsApp: Je krijgt een WhatsApp-bericht van je vriendin Marta om plannen te maken voor vrijdagavond; antwoord en zeg of je mee wilt, wat je liever doet en hoe laat je kunt afspreken.


Marta 🟢

Hola, ¿cómo estás?

Este viernes por la noche quiero salir. 😊

¿Prefieres ir al cine o a un concierto pequeño en un bar del centro? A mí me encanta la música en directo, pero el cine también me gusta mucho.

Podemos tomar una cerveza antes y luego vamos al espectáculo.

¿Te apetece? ¿A qué hora puedes quedar?

Besos,
Marta


Marta

Hoi, hoe gaat het?

Deze vrijdagavond wil ik uitgaan. 😊

Heb je liever de bioscoop of een klein concert in een bar in het centrum? Ik houd van live muziek, maar de bioscoop vind ik ook heel leuk.

We kunnen eerst een biertje drinken en daarna naar de voorstelling gaan.

Heb je zin? Hoe laat kun je afspreken?

Liefs,
Marta


Begrijp de tekst:

  1. ¿Qué dos opciones propone Marta para el viernes por la noche?

    (Welke twee opties stelt Marta voor voor vrijdagavond?)

  2. ¿Qué cosas dice Marta que le gustan a ella?

    (Wat zegt Marta dat zij leuk vindt?)

Nuttige zinnen:

  1. Hola Marta, gracias por tu mensaje.

    (Hoi Marta, bedankt voor je bericht.)

  2. Prefiero ir a… porque…

    (Ik ga liever naar... omdat...)

  3. Me gusta / No me gusta…, pero podemos…

    (Ik vind ... leuk / niet leuk, maar we kunnen ...)

Hola Marta, gracias por tu mensaje.

Sí, me apetece mucho salir el viernes por la noche. Prefiero ir al concierto porque me encanta la música en directo. El cine también me gusta, pero otro día.

Puedo quedar a las ocho en el bar del centro. Podemos tomar una cerveza y luego vamos al espectáculo.

Besos,
[Tu nombre]

Hoi Marta, bedankt voor je bericht.

Ja, ik heb veel zin om vrijdagavond uit te gaan. Ik ga liever naar het concert omdat ik dol ben op live muziek. De bioscoop vind ik ook leuk, maar een andere keer.

Ik kan om acht uur in het café in het centrum afspreken. We kunnen een biertje drinken en daarna naar de voorstelling gaan.

Liefs,
[Je naam]

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Este viernes por la noche quiero salir al cine. (Aanstaande vrijdagavond wil ik naar de bioscoop gaan.)
¿Te apetece ir a un concierto esta noche? (Heb je zin om vanavond naar een concert te gaan?)
Prefiero bailar salsa que ver la tele. (Ik dans liever salsa dan thuis tv te kijken.)
A mí me encanta salir al teatro con amigos. (Ik vind het heerlijk om met vrienden naar het theater te gaan.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Este viernes ______ salir al cine, ¿y tú, qué prefieres hacer?

(Aanstaande vrijdag ______ naar de bioscoop, en jij, wat doe jij liever?)

2. Mis amigos y yo ______ ir a un concierto, pero tú prefieres bailar en una fiesta.

(Mijn vrienden en ik ______ naar een concert, maar jij houdt ervan om op een feest te dansen.)

3. Esta semana ______ ______ quedarme en casa el viernes y ver una película en línea.

(Deze week ______ ______ thuis te blijven en een film online te kijken.)

4. Normalmente ______ en una discoteca los viernes, pero hoy estoy muy cansado.

(Normaal gesproken ______ op vrijdagen in een discotheek, maar vandaag ben ik erg moe.)

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Es viernes por la tarde. Escribes un mensaje a un amigo para invitarlo a *el cine* esta noche. Di a qué hora y pregunta si viene. (Usa: el cine, esta noche, ¿vienes?)

(Het is vrijdagmiddag. Je schrijft een bericht naar een vriend om hem uit te nodigen voor *el cine* vanavond. Zeg hoe laat en vraag of hij komt. (Gebruik: el cine, esta noche, ¿vienes?))

Esta noche vamos  

(Esta noche vamos ...)

Voorbeeld:

Esta noche vamos al cine, ¿vienes con nosotros?

(Esta noche vamos al cine, ¿vienes con nosotros?)

2. Estás en el trabajo y hablas con una compañera sobre los planes del viernes. La invitas a *el concierto* de un grupo que te gusta. (Usa: el concierto, esta noche, ¿te gusta?)

(Je bent op het werk en praat met een collega over de plannen voor vrijdag. Je nodigt haar uit voor *el concierto* van een groep die je leuk vindt. (Gebruik: el concierto, esta noche, ¿te gusta?))

Esta noche hay  

(Esta noche hay ...)

Voorbeeld:

Esta noche hay un concierto, ¿te gusta el grupo y vienes conmigo?

(Esta noche hay un concierto, ¿te gusta el grupo y vienes conmigo?)

3. Son las siete de la tarde. Llamas a un amigo y propones *salir* a tomar algo y quizá ir a un espectáculo. Di dónde os veis. (Usa: salir, esta noche, quedar)

(Het is zeven uur 's avonds. Je belt een vriend en stelt voor om *salir* iets te gaan drinken en misschien naar een voorstelling te gaan. Zeg waar jullie afspreken. (Gebruik: salir, esta noche, quedar))

Esta noche quiero  

(Esta noche quiero ...)

Voorbeeld:

Esta noche quiero salir, podemos quedar en la plaza y tomar algo juntos.

(Esta noche quiero salir, podemos quedar en la plaza y tomar algo juntos.)

4. Hablas por WhatsApp con una amiga. Le preguntas si le gusta *bailar* y la invitas a una sala de baile cerca de tu casa. (Usa: bailar, esta noche, ¿te gusta?)

(Je praat via WhatsApp met een vriendin. Je vraagt of ze van *bailar* houdt en nodigt haar uit voor een danszaal vlakbij jouw huis. (Gebruik: bailar, esta noche, ¿te gusta?))

Si te gusta  

(Si te gusta ...)

Voorbeeld:

Si te gusta bailar, esta noche vamos a una sala de baile cerca de mi casa, ¿vienes?

(Si te gusta bailar, esta noche vamos a una sala de baile cerca de mi casa, ¿vienes?)

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over je plannen voor komende vrijdagavond: met wie je uitgaat, wat je doet of waar je naartoe gaat.

Nuttige uitdrukkingen:

El viernes por la noche voy a… / Prefiero ir a… porque… / Voy con… (mis amigos / mi familia / mis compañeros de trabajo) / Después queremos… (cenar fuera / ir al cine / tomar algo)

Ejercicio 7: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Describe tu actividad nocturna. (Beschrijf je avondactiviteit.)
  2. Pregúntense qué actividad cultural prefieren. (Vraag elkaar welke culturele activiteit ze verkiezen.)
  3. Invita a alguien a unirse a tu evento. (Nodig iemand uit voor je evenement.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Voy a un concierto el próximo viernes.

Ik ga volgende vrijdag naar een concert.

Me encanta ir al cine.

Ik ga graag naar de bioscoop.

¿Quieres venir conmigo al concierto?

Wil je met me mee naar het concert?

Quiero salir a bailar esta noche.

Ik wil vanavond gaan dansen.

¿Te apetece hacer karaoke esta noche?

Heb je zin in karaoke vanavond?

¿Quieres ver el espectáculo en la ciudad conmigo?

Wil je met me naar de show in de stad?

...