Decir (zeggen)

Decir (zeggen)

Leer het werkwoord "zeggen" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Decir (zeggen)

Decir tu nombre (Je naam zeggen)

Spaans
(yo) digo
(tú) dices
(él/ella/usted) dice
(nosotros/nosotras) decimos
(vosotros/vosotras) decís
(ellos/ellas/ustedes) dicen