Empezar (beginnen)

Empezar (beginnen)

Leer het werkwoord "empezar" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, aanwijzende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Empezar (beginnen)

Fechas del calendario y días festivos. (Kalenderdata en feestdagen)

Spaans
(yo) empiezo
(tú) empiezas
(él/ella/usted) empieza
(nosotros/nosotras) empezamos
(vosotros/vosotras) empezáis
(ellos/ellas/ustedes) empiezan