Lavarse (zich wassen)

Lavarse (zich wassen)

Leer het werkwoord "zich wassen" te vervoegen in het Spaans: onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Lavarse (zich wassen)

Rutinas diarias (Dagelijkse routines)

Spaans
(yo) me lavaba
(tú) te lavabas
(él/ella/usted) se lavaba
(nosotros/nosotras) nos lavábamos
(vosotros/vosotras) os lavabais
(ellos/ellas/ustedes) se lavaban