Mostrar (tonen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Mostrar - Vervoeging van tonen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Mostrar (tonen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - En el camping (Op de camping)
Vervoeging van tonen in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) muestro | ik toon |
(tú) muestras | jij toont |
(él/ella) muestra | hij/zij toont |
(nosotros/nosotras) mostramos | wij tonen |
(vosotros/vosotras) mostráis | jullie tonen |
(ellos/ellas) muestran | zij tonen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo muestro el carné de identidad en el control. | Ik laat mijn identiteitsbewijs zien bij de controle. |
Tú muestras el pasaporte en el mostrador. | Jij toont het paspoort aan de balie. |
Ella muestra la instrucción para abrocharse el cinturón. | Ze toont de instructie om de veiligheidsgordel vast te maken. |
Nosotros mostramos las maletas en seguridad. | Wij tonen de koffers bij de beveiliging. |
Vosotros mostráis el billete a la azafata. | Jullie laten het kaartje aan de stewardess zien. |
Ellos muestran sus documentos en el aeropuerto. | Zij tonen hun documenten op de luchthaven. |