Deze les behandelt het luisteren en spreken bij het kamperen: woorden zoals el camping (de camping), el mapa (de kaart), en la brújula (het kompas) helpen je vragen te stellen en de weg te vinden. Je oefent ook de verbindingen y, pero, así que en de pretérito imperfecto, nuttig voor beschrijvingen in het verleden.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
A2.19.1 Cultura
El Tajo y el Ebro: los ríos más grandes de España
De Taag en de Ebro: de grootste rivieren van Spanje
Woordenschat (20) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
El saco de dormir
De slaapzak
2
La tienda de campaña
De tent
3
El mundo
De wereld
4
Desagradable
Onaangenaam
5
Agradable
Prettig
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Cuando __________ en el bosque, el cielo estaba muy claro y las estrellas brillaban.
(Toen we __________ in het bos waren, was de lucht heel helder en straalden de sterren.)2. Mientras tú __________ la tienda de campaña, yo observaba el cielo y la luna.
(Terwijl jij de tent __________, keek ik naar de lucht en de maan.)3. Cuando __________ las estrellas, el aire cambiaba y el clima se volvía más agradable.
(Toen ik naar de sterren __________, veranderde de lucht en werd het weer aangenamer.)4. Mientras __________ el saco de dormir, nos movíamos rápido porque hacía frío.
(Terwijl ik de slaapzak __________, bewogen wij ons snel omdat het koud was.)Oefening 4: Een weekend op de camping
Instructie:
Werkwoordschema's
Estar - Zijn
Pretérito imperfecto
- yo estaba
- tú estabas
- él/ella/usted estaba
- nosotros/nosotras estábamos
- vosotros/vosotras estabais
- ellos/ellas/ustedes estaban
Observar - Kijken
Pretérito imperfecto
- yo observaba
- tú observabas
- él/ella/usted observaba
- nosotros/nosotras observábamos
- vosotros/vosotras observabais
- ellos/ellas/ustedes observaban
Mover - Verplaatsen
Pretérito imperfecto
- yo movía
- tú movías
- él/ella/usted movía
- nosotros/nosotras movíamos
- vosotros/vosotras movíais
- ellos/ellas/ustedes movían
Cambiar - Veranderen
Pretérito imperfecto
- yo cambiaba
- tú cambiabas
- él/ella/usted cambiaba
- nosotros/nosotras cambiábamos
- vosotros/vosotras cambiabais
- ellos/ellas/ustedes cambiaban
Oefening 5: Las conjunciones: "Y, Pero, O, Así que, Entonces"
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De voegwoorden: "Y, Pero, O, Así que, Entonces"
Toon vertaling Toon antwoordeny, entonces, así que, o, pero
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.19.2 Gramática
Las conjunciones: "Y, Pero, O, Así que, Entonces"
De voegwoorden: "Y, Pero, O, Así que, Entonces"
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Estar zijn Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) estaba | ik was |
(tú) estabas | jij was |
(él/ella) estaba | hij/zij was |
(nosotros/nosotras) estábamos | wij waren |
(vosotros/vosotras) estabais | jullie waren |
(ellos/ellas) estaban | zij waren |
Cambiar veranderen Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) cambiaba | ik veranderde |
(tú) cambiabas | jij veranderde |
(él/ella) cambiaba | hij/zij veranderde |
(nosotros/nosotras) cambiábamos | wij veranderden |
(vosotros/vosotras) cambiabais | jullie veranderden |
(ellos/ellas) cambiaban | zij veranderden |
Mover bewegen Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) movía | ik bewoog |
(tú) movías | jij bewoog |
(él/ella) movía | hij bewoog/zij bewoog |
(nosotros/nosotras) movíamos | wij bewogen |
(vosotros/vosotras) movíais | jullie bewogen |
(ellos/ellas) movían | zij bewogen |
Observar observeren Delen Gekopieerd!
Pretérito imperfecto
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) observaba | ik observeerde |
(tú) observabas | jij observeerde |
(él/ella) observaba | hij/zij observeerde |
(nosotros/nosotras) observábamos | wij observeerden |
(vosotros/vosotras) observabais | jullie observeerden |
(ellos/ellas) observaban | zij observeerden |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Op de camping
In deze les leer je Spaanse woordenschat en uitdrukkingen die je helpen bij het communiceren op de camping. Je oefent hoe je informatie vraagt over de natuur, de omgeving en voorzieningen in een camping, en hoe je de weg vindt met behulp van een kaart. Ook leer je handige vervoegingen in de pretérito imperfecto om situaties en achtergrond te beschrijven.
Hoofdthema's
- Natuurlijke omgeving en plaatsen op de camping: woorden zoals árboles (bomen), pinos (dennenbomen), flores silvestres (wilde bloemen), en dieren als conejos (konijnen) en ciervos (herten).
- Belangrijke voegwoorden: y (en), pero (maar), o (of), así que (dus), entonces (dan) waarmee je zinnen kunt verbinden en logisch kunt laten verlopen.
- Interactie op de camping: hoe je informatie vraagt aan de receptie, een campingwinkel, en iemand de weg vraagt met behulp van een kaart.
- Gebruik van pretérito imperfecto: voor het beschrijven van achtergrondsituaties en gewoonten in het verleden, bijvoorbeeld: estábamos, observábamos, movíamos, cambiábamos. Deze tijd wordt vaak gebruikt om een sfeer of context te schetsen in een verhalende situatie.
Praktische voorbeelden van woordenschat en zinnen
- Vraag naar natuur op de camping: ¿Podría darme información sobre los árboles y plantas comunes aquí?
- Wegbeschrijving met kaart: Así que, si sigue este camino, llegará al lago y después encontrará el bosque.
- Vragen in een campingwinkel: Quiero comprar una linterna y una brújula para el camping.
- Belangrijke voegwoorden in context: y, pero, o, así que, entonces.
Taalkundige opmerkingen over het verschil met het Nederlands
In het Spaans wordt het pretérito imperfecto veel gebruikt om achtergrondinformatie te geven over gebeurtenissen in het verleden, terwijl in het Nederlands vaak simpel verleden tijd of omschrijvingen worden gebruikt. Woorden als estábamos (wij waren), observábamos (wij observeerden/laagdrempelig 'keken'), en movíamos (wij bewogen) helpen je om situaties helder en levendig te beschrijven.
Daarnaast zijn voegwoorden ongeveer vergelijkbaar met het Nederlands, maar sommige, zoals así que, worden vaker gebruikt om een direct gevolg aan te geven, waar je in het Nederlands soms meer een losse zin plaatst.
Handige woordenschat die je kunt vergelijken met Nederlands:
Camping = camping
Lamp = linterna
Kompas = brújula
Boom = árbol
Bos = bosque