Oír (horen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Oír - Vervoeging van Horen in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Oír (horen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Sentidos y percepción (Zintuigen en waarnemen)
Vervoeging van oír in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) oigo | ik hoor |
(tú) oyes | jij hoort |
(él/ella) oye | hij/zij hoort |
(nosotros/nosotras) oímos | wij horen |
(vosotros/vosotras) oís | jullie horen |
(ellos/ellas) oyen | zij horen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo oigo el ruido claro en la calle. | Ik hoor het geluid duidelijk op straat. |
¿Tú oyes la voz suave de la canción? | jij hoort de zachte stem van het lied |
Ella oye un olor fétido en la cocina. | Zij hoort een vieze geur in de keuken. |
Nosotros oímos el silencio en el bosque. | Wij horen de stilte in het bos. |
Vosotros oís el sabor dulce del zumo. | Jullie horen de zoete smaak van het sap. |
Ellos oyen un ruido amargo y fuerte. | Ze horen een bittere en luide geluid. |