Preferir (verkiezen)
Leer het werkwoord "Verkiezen" vervoegen in het Spaans: voltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.
Pretérito perfecto, indicativo (Voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Preferir (verkiezen)
Estaciones, meses y partes del año. (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)
| Spaans |
|---|
| (yo) he preferido |
| (tú) has preferido |
| (él/ella/usted) ha preferido |
| (nosotros/nosotras) hemos preferido |
| (vosotros/vosotras) habéis preferido |
| (ellos/ellas/ustedes) han preferido |