Tomar (nemen)

Tomar (nemen)

Leer het werkwoord "nemen" te vervoegen in het Spaans: onvoltooid tegenwoordige aanvoegende wijs (presente de subjuntivo), aanvoegende wijs (subjuntivo)

Subjuntivo presente, subjuntivo (Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Tomar (nemen)

Pedir comida y salir a cenar (Eten bestellen en uit eten gaan)

Spaans
(yo) tome
(tú) tomes
(él/ella/usted) tome
(nosotros/nosotras) tomemos
(vosotros/vosotras) toméis
(ellos/ellas/ustedes) tomen