Traer (brengen)

Traer (brengen)

Leer het werkwoord "Brengen" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Traer (brengen)

Electrodomésticos (Huishoudelijke apparaten)

Spaans
(yo) traigo
(tú) traes
(él/ella/usted) trae
(nosotros/nosotras) traemos
(vosotros/vosotras) traéis
(ellos/ellas/ustedes) traen