Vender (verkopen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Vender - Vervoeging van verkopen in het Spaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid tegenwoordige tijd (Presente, indicativo).
Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Vender (verkopen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Spaanse les - Precios y dinero (Prijzen en geld)
Vervoeging van verkopen in de tegenwoordige tijd
Spaans | Nederlands |
---|---|
(yo) vendo | ik verkoop |
(tú) vendes | jij verkoopt |
(él/ella) vende | hij/zij verkoopt |
(nosotros/nosotras) vendemos | wij verkopen |
(vosotros/vosotras) vendéis | jullie verkopen |
(ellos/ellas) venden | zij verkopen |
Voorbeeldzinnen
Spaans | Nederlands |
---|---|
Yo vendo frutas en la tienda. | Ik verkoop fruit in de winkel. |
Tú vendes pan a buen precio. | Jij verkoopt brood voor een goede prijs. |
Él vende queso y leche aquí. | Hij verkoopt kaas en melk hier. |
Nosotros vendemos con descuento hoy. | Wij verkopen vandaag met korting. |
Vosotros vendéis más si bajáis el precio. | Jullie verkopen meer als jullie de prijs verlagen. |
Ellos venden ropa barata en el mercado. | Zij verkopen goedkope kleding op de markt. |