Proberen (probieren)
Lerne, das Verb "proberen" im Niederländischen zu konjugieren: Plusquamperfekt, Indikativ.
Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Präteritum, indikativ)
Alle Konjugationen und Zeiten: Proberen (probieren)
Afhaalmaaltijden (Essen zum Mitnehmen)
| Niederländisch |
|---|
| (ik) probeerde |
| (jij/je/u) probeerde/probeerde |
| (hij/zij/ze/het) probeerde |
| (wij/we) probeerden |
| (jullie) probeerden |
| (zij/ze) probeerden |