Dutch B1 module 3: Body and health (Body and health)

This is learning module 3 of 6 of our Dutch B1 syllabus. Each learning module contains 6 till 8 chapters.

Learning goals:

  • Talk about your health and habits.
  • Talk about advanced medical situations and healthcare

Word list (142)

Core vocabulary (0):
Context vocabulary: 142

Dutch English
Aanbrengen (van) To apply (of)
Afhelpen van To relieve
Afvallen (gewicht) Lose weight
Allergisch Allergic
Behandelen To treat
Bepalen To determine
Beschermen To protect
Bevallen To give birth
Bevallen van To give birth to
Bevrijden van Free from
Bezwijken aan Succumb to
Bijkomen (gewicht) Gain weight
Bleek zijn To be pale
Breken Break
Bruin zijn To be tanned
Combineren met Combine with
De afspraak The appointment
De allergische reactie Allergic reaction
De antibiotica The antibiotics
De apotheek The pharmacy
De apotheker The pharmacist
De behandeling The treatment
De behoefte The need
De bevalling The birth
De bloeddruk meten To measure the blood pressure
De calorie Calorie
De drug The drug
De gynaecoloog The gynecologist
De haardroger The hairdryer
De haarsnit The haircut
De haren laten knippen To have one's hair cut
De hersenen The brain
De honger Hunger
De hoofdpijn The headache
De injectie Injection
De koolhydraat Carbohydrate
De koorts meten To take the temperature
De kraamzorg Maternity care
De lippenstift The lipstick
De long The lung
De menstruatie The menstruation
De oogschaduw The eyeshadow
De opname Admission
De parfum The perfume
De pasgeborene The newborn
De polis The policy
De premie The premium
De privacy The privacy
De proteïne Protein
De spier The muscle
De symptomen verlichten To relieve the symptoms
De temperatuur meten To measure the temperature
De therapie The therapy
De toename Increase
De vitamine Vitamin
De vroedvrouw The midwife
De wonde Wound
De ziekenwagen Ambulance
De ziekte The disease
De zorgkosten The healthcare costs
De zwangerschapstest The pregnancy test
Delicaat Delicate
Diep in- en uitademen To breathe in and out deeply
Doodgaan Die
Een goed figuur hebben To have a good figure
Flauwvallen Faint
Geblesseerd geraken Get hurt
Genezen To recover/heal
Gevoelig zijn To be sensitive
Gewond geraken Get injured
Goed verzorgd uitzien To look well-groomed
Halverwege Halfway
Hangen To hang
Het bloed The blood
Het bot The bone
Het doktersvoorschrift The prescription
Het hart The heart
Het kapsel The hairstyle
Het medisch dossier Medical record
Het noodgeval Emergency
Het scheermes The razor
Het scheerschuim The shaving foam
Het stuk zeep The bar of soap
Het vaccin The vaccine
Het zuivelproduct Dairy product
Hulp zoeken Seek help
Iemand onderzoeken To examine someone
In balans houden Keep in balance
In verwachting zijn To be expecting
Innemen To take (medicine)
Is er een afspraak beschikbaar? Is there an appointment available?
Kauwen op Chew on
Krullend haar Curly hair
Langer dan nodig gebruiken To use longer than necessary
Laten testen To have tested
Lijden To suffer
Lijden aan To suffer from
Lippen schminken To put on lipstick
Mankeren aan To be lacking in / to have something wrong with
Medisch Medical
Menstrueren To menstruate
Met medicijnen behandelen To treat with medication
Nagels laten doen To have one's nails done
Noodzakelijk Necessary
Op dieet gaan Go on a diet
Ophouden met Quit / stop doing
Opzeggen To cancel
Pijn ervaren in To feel pain in
Privé Private
Psychisch Psychological
Redden uit Rescue from
Redden van Save from
Schelen aan To be wrong with / to be the matter with
Snoepen To snack (eat sweets)
Sterven aan To die of
Stoppen met Stop doing
Variëren Vary
Vergelijken To compare
Vergoeden To reimburse
Verhogen Increase (to raise)
Verkouden worden To catch a cold
Verlossen van To relieve of / to free from
Vernoemen (naar) To name (after)
Verzekeren To insure
Verzetten To reschedule
Verzorgen To care for
Voeden To feed
Vrezen To fear
Wennen aan To get used to
Zachte huid hebben To have soft skin
Zich aanmelden To register
Zich beperken tot Limit oneself to
Zich beter voelen To feel better
Zich duizelig voelen Feel dizzy
Zich herstellen van To recover from
Zich houden aan Stick to / adhere to
Zich laten vaccineren To get vaccinated
Zich misselijk voelen To feel nauseous
Zich snijden aan Cut oneself on
Zich verbranden (aan) Burn oneself (on)
Zich voorbereiden To prepare oneself
Zwanger zijn To be pregnant