Koken (to cook)

Koken (to cook)

Learn to conjugate the verb "To cook" in Dutch: past perfect, indicative mood tense

Voltooid verleden tijd (VVT), aantonende wijs (Past perfect, indicative mood)

All conjugations and tenses: Koken (to cook)

Dagelijkse diensten (Everyday services)

Dutch
(ik) heb gekookt
(jij) hebt gekookt / hebt gekookt?
(hij/zij/het) heeft gekookt
(wij) hebben gekookt
(jullie) hebben gekookt
(zij) hebben gekookt