Doorspoelen (descargar tuberías)
Conjugación de doorspoelen (desatascar) para todos los tiempos verbales con frases de ejemplo y ejercicios.
Materiales de aprendizaje que implementan este verbo:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Doorspoelen
(Desatascar)
|
Doorgespoeld
(Enjuagado)
|
Tiempos verbales
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) spoel door |
| (jij/je) spoelt door |
| (hij/zij/ze/het) spoelt door |
| (wij/we) spoelen door |
| (jullie) spoelen door |
| (zij/ze) spoelen door |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) doorspoelde |
| (jij/je) doorspoelde |
| (hij/zij/ze/het) doorspoelde |
| (wij/we) doorspoelden |
| (jullie) doorspoelden |
| (zij/ze) doorspoelden |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb doorgespoeld |
| (jij/je) hebt doorgespoeld |
| (hij/zij/ze/het) heeft doorgespoeld |
| (wij/we) hebben doorgespoeld |
| (jullie) hebben doorgespoeld |
| (zij/ze) hebben doorgespoeld |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) heb doorgespoeld |
| (jij/je) hebt doorgespoeld |
| (hij/zij/ze/het) heeft doorgespoeld |
| (wij/we) hebben doorgespoeld |
| (jullie) hebben doorgespoeld |
| (zij/ze) hebben doorgespoeld |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal doorspoelen |
| (jij/je) zult doorspoelen |
| (hij/zij/ze/het) zal doorspoelen |
| (wij/we) zullen doorspoelen |
| (jullie) zullen doorspoelen |
| (zij/ze) zullen doorspoelen |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal doorgespoeld hebben |
| (jij/je) zult doorgespoeld hebben |
| (hij/zij/ze/het) zal doorgespoeld hebben |
| (wij/we) zullen doorgespoeld hebben |
| (jullie) zullen doorgespoeld hebben |
| (zij/ze) zullen doorgespoeld hebben |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou doorspoelen |
| (jij/je) zou doorspoelen |
| (hij/zij/ze/het) zou doorspoelen |
| (wij/we) zouden doorspoelen |
| (jullie) zouden doorspoelen |
| (zij/ze) zouden doorspoelen |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou doorgespoeld hebben |
| (jij/je) zou doorgespoeld hebben |
| (hij/zij/ze/het) zou doorgespoeld hebben |
| (wij/we) zouden doorgespoeld hebben |
| (jullie) zouden doorgespoeld hebben |
| (zij/ze) zouden doorgespoeld hebben |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|