Zich laten vaccineren (vacunarse)
Conjugación de zich laten vaccineren (dejarse vacunar) para todos los tiempos verbales con frases de ejemplo y ejercicios.
Materiales de aprendizaje que implementan este verbo:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Zich laten vaccineren
(Dejarse vacunar)
|
laten vaccineren
(vacunado)
|
Tiempos verbales
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) laat me vaccineren |
| (jij/je) laat je vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) laat zich vaccineren |
| (wij/we) laten ons vaccineren |
| (jullie) laten je vaccineren |
| (zij/ze) laten zich vaccineren |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) liet me vaccineren |
| (jij/je) liet je vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) liet zich vaccineren |
| (wij/we) lieten ons vaccineren |
| (jullie) lieten je vaccineren |
| (zij/ze) lieten zich vaccineren |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb me laten vaccineren |
| (jij/je) hebt je laten vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) heeft zich laten vaccineren |
| (wij/we) hebben ons laten vaccineren |
| (jullie) hebben je laten vaccineren |
| (zij/ze) hebben zich laten vaccineren |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) heb me laten vaccineren |
| (jij/je) hebt je laten vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) heeft zich laten vaccineren |
| (wij/we) hebben ons laten vaccineren |
| (jullie) hebben jullie laten vaccineren |
| (zij/ze) hebben zich laten vaccineren |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal me laten vaccineren |
| (jij/je) zult je laten vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) zal zich laten vaccineren |
| (wij/we) zullen ons laten vaccineren |
| (jullie) zullen je laten vaccineren |
| (zij/ze) zullen zich laten vaccineren |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal me hebben laten vaccineren |
| (jij/je) zult je hebben laten vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) zal zich hebben laten vaccineren |
| (wij/we) zullen ons hebben laten vaccineren |
| (jullie) zullen je hebben laten vaccineren |
| (zij/ze) zullen zich hebben laten vaccineren |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou me laten vaccineren |
| (jij/je) zou je laten vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) zou zich laten vaccineren |
| (wij/we) zouden ons laten vaccineren |
| (jullie) zouden je laten vaccineren |
| (zij/ze) zouden zich laten vaccineren |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou me hebben laten vaccineren |
| (jij/je) zou je hebben laten vaccineren |
| (hij/zij/ze/het) zou zich hebben laten vaccineren |
| (wij/we) zouden ons hebben laten vaccineren |
| (jullie) zouden je hebben laten vaccineren |
| (zij/ze) zouden zich hebben laten vaccineren |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|