Gebruiken (utiliser) - Conjugaison des verbes et exercices

Conjugaison de gebruiken (utiliser) pour tous les temps verbaux avec des phrases d'exemple et des exercices.

 Gebruiken (utiliser) - Conjugaison des verbes et exercices

Matériel d'apprentissage qui met en œuvre ce verbe:

Niveau: A1

Module 6: De stad en het dorp (La ville et le village)

Leçon 38: Dagelijkse diensten (Services quotidiens)

Infinitief Voltooid deelwoord
Gebruiken (Utiliser) Gebruikt (Utilisé)

Temps de verbe

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Néerlandais Français
(ik) gebruik j'utilise
(jij) gebruikt tu utilises
(hij/zij/het) gebruikt il/elle/on utilise
(wij) gebruiken nous utilisons
(jullie) gebruiken vous utilisez
(zij) gebruiken ils utilisent

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Néerlandais Français
(ik) gebruikte j'utilisais
(jij) gebruikte tu utilisais
(hij/zij/het) gebruikte il/elle utilisait
(wij) gebruikten nous utilisions
(jullie) gebruikten vous utilisiez
(zij) gebruikten elles utilisaient

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Néerlandais Français
(ik) heb gebruikt j'ai utilisé
(jij) hebt/heb gebruikt tu as utilisé
(hij/zij/het) heeft gebruikt il/elle/on a utilisé
(wij) hebben gebruikt nous avons utilisé
(jullie) hebben gebruikt vous avez utilisé
(zij) hebben gebruikt ils ont utilisé

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Néerlandais Français
(ik) heb gebruikt j'ai utilisé
(jij) hebt gebruikt / hebt gebruikt tu as utilisé
(hij/zij/het) heeft gebruikt il/elle a utilisé
(wij) hebben gebruikt nous avons utilisé
(jullie) hebben gebruikt vous avez utilisé
(zij) hebben gebruikt elles ont utilisé

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Néerlandais Français
(ik) zal gebruiken j'utiliserai
(jij) zult gebruiken tu utiliseras
(hij/zij/het) zal gebruiken il/elle utilisera
(wij) zullen gebruiken nous utiliserons
(jullie) zullen gebruiken vous utiliserez
(zij) zullen gebruiken ils utiliseront

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Néerlandais Français
(ik) zal hebben gebruikt j'aurai utilisé
(jij) zult/zal hebben gebruikt tu auras utilisé
(hij/zij/het) zal hebben gebruikt il aura utilisé
(wij) zullen hebben gebruikt nous aurons utilisé
(jullie) zullen hebben gebruikt vous aurez utilisé
(zij) zullen hebben gebruikt ils auront utilisé
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Néerlandais Français
(ik) zou gebruiken j'utiliserais
(jij) zou gebruiken tu utiliserais
(hij/zij/het) zou gebruiken il/elle/on utiliserait
(wij) zouden gebruiken nous utiliserions
(jullie) zouden gebruiken vous utiliseriez
(zij) zouden gebruiken elles utiliseraient

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Néerlandais Français
(ik) zou gebruikt hebben j'aurais utilisé
(jij) zou gebruikt hebben tu aurais utilisé
(hij/zij/het) zou gebruikt hebben il/elle aurait utilisé
(wij) zouden gebruikt hebben nous aurions utilisé
(jullie) zouden gebruikt hebben vous auriez utilisé
(zij) zouden gebruikt hebben ils auraient utilisé
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Néerlandais Français
Gebruik! utilise