Geloven (croire)

Geloven (croire)

Apprenez à conjuguer le verbe « croire » en néerlandais : passé antérieur, mode indicatif

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Imparfait, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Geloven (croire)

Meningen en onderhandelingen (Avis et négociations)

Néerlandais
(ik) geloofde
(jij/je/u) geloofde/geloof
(hij/zij/ze/het) geloofde
(wij/we) geloofden
(jullie) geloofden
(zij/ze) geloofden