Ontdekken (découvrir)

Ontdekken (découvrir)

Apprenez à conjuguer le verbe « Découvrir » en néerlandais : futur antérieur, mode indicatif

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk), aantonende wijs (Futur antérieur, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Ontdekken (découvrir)

Als toerist in de stad (En tant que touriste dans la ville)

Néerlandais
(ik) zal hebben ontdekt / zal ontdekt hebben
(jij/je/u) zal hebben ontdekt / zal ontdekt hebben
(hij/zij/ze/het) zal hebben ontdekt / zal ontdekt hebben
(wij/we) zullen hebben ontdekt / zullen ontdekt hebben
(jullie) zullen hebben ontdekt / zullen ontdekt hebben
(zij/ze) zullen hebben ontdekt / zullen ontdekt hebben