Beraten (adviseren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van beraten (adviseren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Infinitiv |
Partizip |
Beraten
(adviseren)
|
beraten
(geadviseerd)
|
Werkwoordstijden
Indikativ
Präsens
Delen
Gekopieerd!
|
Präteritum
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) beriet |
ik adviseerde |
(du) berietest |
jij adviseerde |
(er/sie/es) beriet |
hij/zij/het adviseerde |
(wir) berieten |
wij adviseerden |
(ihr) berietet |
jullie adviseerden |
(sie) berieten |
zij adviseerden |
|
Perfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) habe beraten |
ik heb geadviseerd |
(du) hast beraten |
jij hebt geadviseerd |
(er/sie/es) hat beraten |
hij/zij/het heeft geadviseerd |
(wir) haben beraten |
wij hebben geadviseerd |
(ihr) habt beraten |
jullie hebben geadviseerd |
(sie) haben beraten |
zij hebben geadviseerd |
|
Plusquamperfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hatte beraten |
ik had geadviseerd |
(du) hattest beraten |
jij had geadviseerd |
(er/sie/es) hatte beraten |
hij/zij/het had geadviseerd |
(wir) hatten beraten |
wij hadden geadviseerd |
(ihr) hattet beraten |
jullie hadden geadviseerd |
(sie) hatten beraten |
zij hadden geadviseerd |
|
Futur I
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde beraten |
ik zal adviseren |
du wirst beraten |
jij zult adviseren |
er/sie/es wird beraten |
hij/zij/het zal adviseren |
wir werden beraten |
wij zullen adviseren |
ihr werdet beraten |
jullie zullen adviseren |
sie werden beraten |
zij zullen adviseren |
|
Futur II
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) werde beraten haben |
ik zal geadviseerd hebben |
(du) wirst beraten haben |
jij zult geadviseerd hebben |
(er/sie/es) wird beraten haben |
hij/zij/het zal geadviseerd hebben |
(wir) werden beraten haben |
wij zullen geadviseerd hebben |
(ihr) werdet beraten haben |
jullie zullen geadviseerd hebben |
(sie) werden beraten haben |
zij zullen geadviseerd hebben |
|
Konjunktiv II
Konjunktiv II Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) beriete |
ik zou adviseren |
(du) berietest |
jij zou adviseren |
(er/sie/es) beriete |
hij zou adviseren/zij zou adviseren/het zou adviseren |
(wir) berieten |
wij zouden adviseren |
(ihr) berietet |
jullie zouden adviseren |
(sie) berieten |
zij zouden adviseren |
|
Konjunktiv II Vergangenheit
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich hätte beraten |
ik zou geadviseerd hebben |
du hättest beraten |
jij zou adviseren |
er/sie/es hätte beraten |
hij/zij/het zou geadviseerd hebben |
wir hätten beraten |
wij zouden geadviseerd hebben |
ihr hättet beraten |
jullie zouden adviseren |
sie hätten beraten |
zij zouden geadviseerd hebben |
|
Imperativ