A2.27: Kledingstijlen en mode

Kleidungsstile und Mode

Ontdek alledaagse gesprekssituaties over Kleidung und Mode mit praktischem Wortschatz wie Bluse (blouse), Anzug (pak), Jacke (jas), und bequem (comfortabel). Lerne, wie du Outfits beschreibst und Mode im Büro und beim Einkaufen thematisierst.

Woordenschat (13)

 Der Trend: De trend (Duits)

Der Trend

Show

De trend Show

 Die Marke: het merk (Duits)

Die Marke

Show

Het merk Show

 Sportlich: sportief (Duits)

Sportlich

Show

Sportief Show

 Elegant: elegant (Duits)

Elegant

Show

Elegant Show

 Modern: modern (Duits)

Modern

Show

Modern Show

 Bequem: comfortabel (Duits)

Bequem

Show

Comfortabel Show

 Bunt: kleurig (Duits)

Bunt

Show

Kleurig Show

 Die Umkleide: de paskamer (Duits)

Die Umkleide

Show

De paskamer Show

 Altmodisch: ouderwets (Duits)

Altmodisch

Show

Ouderwets Show

 Das steht dir!: Dat staat je goed! (Duits)

Das steht dir!

Show

Dat staat je goed! Show

 Anprobieren (passen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Anprobieren

Show

Passen Show

 Beraten (adviseren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Beraten

Show

Adviseren Show

 Sich ausziehen (uitkleden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Sich ausziehen

Show

Uitkleden Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Die Verkäuferin ___ dich gerne, wenn du Fragen hast.

(De verkoopster ___ je graag als je vragen hebt.)

2. Ich ___ meinen Freund, welche Marke gut ist.

(Ik ___ mijn vriend welke merk goed is.)

3. Letzte Woche ___ er sich schnell ___, um die neue Kleidung anzuprobieren.

(Vorige week ___ hij zich snel ___ om de nieuwe kleding te passen.)

4. Wir ___ uns in der Umkleidekabine umgezogen und fühlen uns jetzt bequem.

(We ___ ons in de paskamer omgekleed en voelen ons nu comfortabel.)

Oefening 3: Een winkeldag met stijladvies

Instructie:

Letzte Woche (Sein - Perfekt) ich mit meiner Freundin in ein neues Modegeschäft gegangen. Dort (Haben - Perfekt) wir verschiedene Kleider anprobiert. Die Verkäuferin (Haben - Perfekt) uns freundlich (Beraten - Perfekt) und gesagt: „Dieses bunte Kleid (Stehen - Präsens) dir sehr gut!“ Ich (Haben - Perfekt) mich dann für ein elegantes, aber bequemes Outfit entschieden. Nach dem Einkaufen (Haben - Perfekt) wir uns noch im Café unterhalten, während wir unsere neuen Sachen (Sich ausziehen - Perfekt) und ausprobiert haben.


Vorige week ben ik met mijn vriendin naar een nieuwe modewinkel gegaan. Daar hebben we verschillende kledingstukken gepast. De verkoopster heeft ons vriendelijk geadviseerd en gezegd: „Deze kleurrijke jurk staat je heel goed!” Ik heb toen gekozen voor een elegante, maar comfortabele outfit. Na het winkelen hebben we nog in het café gepraat, terwijl we onze nieuwe spullen uitgetrokken en geprobeerd hebben.

Werkwoordschema's

Beraten - Adviseren

Perfekt

  • ich habe beraten
  • du hast beraten
  • er/sie/es hat beraten
  • wir haben beraten
  • ihr habt beraten
  • sie/Sie haben beraten

Haben - Hebben

Perfekt

  • ich habe
  • du hast
  • er/sie/es hat
  • wir haben
  • ihr habt
  • sie/Sie haben

Sein - Zijn

Perfekt

  • ich bin
  • du bist
  • er/sie/es ist
  • wir sind
  • ihr seid
  • sie/Sie sind

Sich ausziehen - Uittrekken

Perfekt

  • ich habe mich ausgezogen
  • du hast dich ausgezogen
  • er/sie/es hat sich ausgezogen
  • wir haben uns ausgezogen
  • ihr habt euch ausgezogen
  • sie/Sie haben sich ausgezogen

Stehen - Staan

Präsens

  • ich stehe
  • du stehst
  • er/sie/es steht
  • wir stehen
  • ihr steht
  • sie/Sie stehen

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Beraten adviseren

Präsens

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Sich ausziehen uitkleden

Perfekt

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Kledingstijlen en mode leren in het Duits (niveau A2)

Deze les richt zich op het leren praten over kleding en mode in het Duits, met praktische dialogen en nuttige woordenschat. Je zult leren hoe je over jouw kledingstijl kunt spreken, hoe je in een winkel om hulp kunt vragen en hoe je jouw voorkeuren voor werkkleding kunt uitdrukken.

Belangrijke thema's en woorden

  • Kledingstukken: die Bluse (blouse), die Hose (broek), das Hemd (overhemd), die Jacke (jas), der Anzug (pak), der Pullover (trui), das T-Shirt (T-shirt), Sneakers (sneakers)
  • Woorden voor kledingstijl en eigenschappen: bequem (comfortabel), schick (chic), elegant (elegant), praktisch (praktisch), modern (modern), warm (warm), leicht (licht)
  • Acties rondom kleding: anprobieren (passen), sich ausziehen (uitkleden), umziehen (omkleden), beraten (advies geven)

Gesprekken oefenen

Je oefent dialogen over verschillende situaties:

  • Im Büro über Kleidung sprechen: bespreek welke outfit je voor het werk kiest en waarom.
  • Beim Einkaufen über Mode sprechen: leer hoe je in de winkel kunt vragen naar kleding en prijzen.
  • Über deinen Kleidungsstil im Alltag sprechen: beschrijf je dagelijkse kledingstijl en de redenen daarvoor.

Werkwoorden en grammatica

Deze les besteedt aandacht aan belangrijke werkwoorden in de tegenwoordige tijd en perfectum die vaak bij kleding gebruikt worden. Bijvoorbeeld:

  • beraten: Ich berate, du berätst, er berät ... | Perfekt: ich habe beraten
  • ausziehen: Ich ziehe mich aus | Perfekt: ich habe mich ausgezogen
  • haben en sein als hulpwerkwoorden in de perfectumvorm

Korte verhaaltje als oefening

Lees en oefen met het volgende mini-verhaal over een shopdag met stijladvies, waarbij de belangrijkste werkwoorden en zinswendingen worden gebruikt:

Letzte Woche bin ich mit meiner Freundin in ein neues Modegeschäft gegangen. Dort haben wir verschiedene Kleider anprobiert. Die Verkäuferin hat uns freundlich beraten und gesagt: „Dieses bunte Kleid steht dir sehr gut!“ Ich habe mich dann für ein elegantes, aber bequemes Outfit entschieden. Nach dem Einkaufen haben wir uns noch im Café unterhalten, während wir unsere neuen Sachen ausgezogen und ausprobiert haben.

Verschillen en handige tips voor Nederlandstalige lerenden

In het Duits zijn er enkele verschillen ten opzichte van het Nederlands bij het uitdrukken van kleding en stijl. Zo gebruikt het Duits regelmatig het wederkerend werkwoord „sich ausziehen“ voor „uitkleden“, terwijl het Nederlands vaak een eenvoudig werkwoord zonder wederkerend voornaamwoord gebruikt. Ook is het belangrijk om de juiste werkwoordsvormen van „beraten“ onder de knie te krijgen, omdat deze regelmatig in gesprekken over advies vaker voorkomen.

Handige woorden en uitdrukkingen met hun Nederlandse equivalenten:

  • das Outfit – de outfit / kledingcombinatie
  • bequem – comfortabel
  • schick – chic / netjes
  • umziehen – zich omkleden
  • beraten – adviseren
  • Welche Jacke möchtest du? – Welke jas wil je?

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏