Beschreiben (beschrijven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van beschreiben (beschrijven) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Infinitiv |
Partizip |
Beschreiben
(beschrijven)
|
beschrieben
(beschreven)
|
Werkwoordstijden
Indikativ
Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) beschreibe |
ik beschrijf |
(du) beschreibst |
jij beschrijft |
(er/sie/es) beschreibt |
hij/zij/het schrijft |
(wir) beschreiben |
wij beschrijven |
(ihr) beschreibt |
jullie beschrijven |
(sie) beschreiben |
zij beschrijven |
|
Präteritum
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) beschrieb |
ik beschreef |
(du) beschriebst |
jij beschreef |
(er/sie/es) beschrieb |
hij/zij/het beschreef |
(wir) beschrieben |
wij beschreven |
(ihr) beschrieben |
jullie beschreven |
(sie) beschrieben |
zij beschreven |
|
Perfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich habe beschrieben |
ik heb beschreven |
du hast beschrieben |
jij hebt beschreven |
er/sie/es hat beschrieben |
hij/zij/het heeft beschreven |
wir haben beschrieben |
wij hebben beschreven |
ihr habt beschrieben |
jullie hebben beschreven |
sie haben beschrieben |
zij hebben beschreven |
|
Plusquamperfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hatte beschrieben |
ik had beschreven |
(du) hattest beschrieben |
jij had beschreven |
(er/sie/es) hatte beschrieben |
hij/zij/het had beschreven |
(wir) hatten beschrieben |
wij hadden beschreven |
(ihr) hattet beschrieben |
jullie hadden beschreven |
(sie) hatten beschrieben |
zij hadden beschreven |
|
Futur I
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) werde beschreiben |
ik zal beschrijven |
(du) wirst beschreiben |
jij zult beschrijven |
(er/sie/es) wird beschreiben |
hij/zij/het zal beschrijven |
(wir) werden beschreiben |
wij zullen beschrijven |
(ihr) werdet beschreiben |
jullie zullen beschrijven |
(sie) werden beschreiben |
zij zullen beschrijven |
|
Futur II
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde beschrieben haben |
ik zal beschreven hebben |
du wirst beschrieben haben |
jij zult beschreven hebben |
er/sie/es wird beschrieben haben |
hij/zij/het zal beschreven hebben |
wir werden beschrieben haben |
wij zullen beschreven hebben |
ihr werdet beschrieben haben |
jullie zullen beschreven hebben |
sie werden beschrieben haben |
zij zullen beschreven hebben |
|
Konjunktiv II
Konjunktiv II Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) beschriebe |
ik zou beschrijven |
(du) beschriebst |
jij zou beschrijven |
(er/sie/es) beschriebe |
hij/zij/het zou beschrijven |
(wir) beschrieben |
wij zouden beschrijven |
(ihr) beschriebet |
jullie zouden beschrijven |
(sie) beschrieben |
zij zouden beschrijven |
|
Konjunktiv II Vergangenheit
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hätte beschrieben |
ik zou beschreven hebben |
(du) hättest beschrieben |
jij zou beschreven hebben |
(er/sie/es) hätte beschrieben |
hij/zij/het zou beschreven hebben |
(wir) hätten beschrieben |
wij zouden beschreven hebben |
(ihr) hättet beschrieben |
jullie zouden beschreven hebben |
(sie) hätten beschrieben |
zij zouden beschreven hebben |
|
Imperativ