Bezahlen (betalen)

Bezahlen (betalen)

Leer het werkwoord "betalen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Bezahlen (betalen)

Preise und Geld (Prijzen en geld)

Duits
(ich) bezahle
(du) bezahlst
(er/sie/es) bezahlt
(wir) bezahlen
(ihr) bezahlt
(sie) bezahlen