Gefallen (bevallen)

Vervoeging van Gefallen (bevallen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Gefallen (bevallen)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Categorie: a1

Module 4: Objekte und Personen beschreiben (Objecten en mensen beschrijven)

Les 24: Farben (Kleuren)

Infinitiv Partizip
Gefallen (bevallen) gefallen (gefallen)

Werkwoordstijden

Indikativ

Präsens 

gefällt

Präteritum 

gefiel

Perfekt 

hat gefallen

Plusquamperfekt 

hatte gefallen

Futur I 

wird gefallen

Futur II 

wird gefallen haben

Konjunktiv II

Konjunktiv II Präsens 

gefiele

Konjunktiv II Vergangenheit 

hätte gefallen

Imperativ

Imperativ