Beschrijf de kleuren van gewone voorwerpen.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Welke kleur past daarbij?
Kai en Lina zijn bij IKEA om nieuwe verf voor de woonkamer te kopen. Ze bedenken met welke kleur ze de muur achter de bank zullen schilderen.
Grammatica: Voorkeuren en afkeuren: Ik hou (niet) van...
Het werkwoord „gefallen“ drukt verschillende gradaties van bevallen uit.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!