Lieben (houden van) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van lieben (houden van) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Lieben (houden van) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 4: Objekte und Personen beschreiben (Objecten en mensen beschrijven)

Les 25: Emotionen und Gefühle (Emoties en gevoelens)

Infinitiv Partizip
Lieben (houden van) geliebt (geliefd)

Werkwoordstijden

Indikativ

Präsens 

Duits Nederlands
(ich) liebe ik houd van
(du) liebst jij houdt van
(er/sie/es) liebt hij/zij/het houdt van
(wir) lieben wij houden van
(ihr) liebt jullie houden van
(sie) lieben zij houden van

Präteritum 

Duits Nederlands
(ich) liebte ik hield van
(du) liebtest jij hield van
(er/sie/es) liebte hij/hij/het hield van
(wir) liebten wij hielden van
(ihr) iebt jullie hielden van
(sie) liebten zij hielden van

Perfekt 

Duits Nederlands
ich habe geliebt ik heb gehouden van
du hast geliebt jij hebt gehouden van
er/sie/es hat geliebt hij/zij/het heeft gehouden van
wir haben geliebt wij hebben gehouden van
ihr habt geliebt jullie hebben gehouden van
sie haben geliebt zij hebben gehouden van

Plusquamperfekt 

Duits Nederlands
(ich) hatte geliebt ik had gehouden van
(du) hattest geliebt jij had gehouden van
(er/sie/es) hatte geliebt hij/zij/het had gehouden van
(wir) hatten geliebt wij hadden gehouden van
(ihr) hattet geliebt jullie hadden gehouden van
(sie) hatten geliebt zij hadden gehouden van

Futur I 

Duits Nederlands
(ich) werde lieben ik zal houden van
(du) wirst lieben jij zult houden van
(er/sie/es) wird lieben hij/zij/het zal houden van
(wir) werden lieben wij zullen houden van
(ihr) werdet lieben jullie zullen houden van
(sie) werden lieben zij zullen houden van

Futur II 

Duits Nederlands
(ich) werde geliebt haben ik zal gehouden hebben
(du) wirst geliebt haben jij zult gehouden hebben
(er/sie/es) wird geliebt haben hij/zij/het zal gehouden van hebben
(wir) werden geliebt haben wij zullen hebben gehouden van
(ihr) werdet geliebt haben jullie zullen gehouden hebben van
(sie) werden geliebt haben zij zullen gehouden hebben van

Konjunktiv II

Konjunktiv II Präsens 

Duits Nederlands
(ich) liebte ik zou houden van
(du) liebtest jij zou houden van
(er/sie/es) liebte hij/zij/het zou houden van
(wir) liebten wij zouden houden van
(ihr) liebtet jullie zouden houden van
(sie) liebten zij zouden houden van

Konjunktiv II Vergangenheit 

Duits Nederlands
(ich) hätte geliebt ik zou gehouden van hebben
(du) hättest geliebt jij zou van gehouden hebben
(er/sie/es) hätte geliebt hij/zij/het zou gehouden hebben van
(wir) hätten geliebt wij zouden gehouden hebben van
(ihr) hättet geliebt jullie zouden gehouden hebben van
(sie) hätten geliebt zij zouden gehouden hebben van

Imperativ

Imperativ 

Duits Nederlands
LIEBE! Jij houd van