Pflegen (verzorgen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van pflegen (verzorgen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Infinitiv |
Partizip |
Pflegen
(verzorgen)
|
gepflegt
(verzorgd)
|
Werkwoordstijden
Indikativ
Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) pflege |
ik verzorg |
(du) pflegst |
jij verzorgt |
(er/sie/es) pflegt |
hij/zij/het verzorgt |
(wir) pflegen |
wij verzorgen |
(ihr) pflegt |
jullie verzorgen |
(sie) pflegen |
zij verzorgen |
|
Präteritum
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) pflegte |
ik verzorgde |
(du) pflegtest |
jij verzorgde |
(er/sie/es) pflegte |
hij verzorgde/zij verzorgde/het verzorgde |
(wir) pflegten |
wij verzorgden |
(ihr) pflegtet |
jullie verzorgden |
(sie) pflegten |
zij verzorgden |
|
Perfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) habe gepflegt |
ik heb verzorgd |
(du) hast gepflegt |
jij hebt verzorgd |
(er/sie/es) hat gepflegt |
hij/zij/het heeft verzorgd |
(wir) haben gepflegt |
wij hebben verzorgd |
(ihr) habt gepflegt |
jullie hebben verzorgd |
(sie) haben gepflegt |
zij hebben verzorgd |
|
Plusquamperfekt
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hatte gepflegt |
ik had verzorgd |
(du) hattest gepflegt |
jij had verzorgd |
(er/sie/es) hatte gepflegt |
hij/zij/het had verzorgd |
(wir) hatten gepflegt |
wij hadden verzorgd |
(ihr) hattet gepflegt |
jullie hadden verzorgd |
(sie) hatten gepflegt |
zij hadden verzorgd |
|
Futur I
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) werde pflegen |
ik zal verzorgen |
(du) wirst pflegen |
jij zult verzorgen |
(er/sie/es) wird pflegen |
hij/zij/het zal verzorgen |
(wir) werden pflegen |
wij zullen verzorgen |
(ihr) werdet pflegen |
jullie zullen verzorgen |
(sie) werden pflegen |
zij zullen verzorgen |
|
Futur II
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
ich werde gepflegt haben |
ik zal verzorgd hebben |
du wirst gepflegt haben |
jij zult verzorgd hebben |
er/sie/es wird gepflegt haben |
hij/zij/het zal verzorgd hebben |
wir werden gepflegt haben |
wij zullen verzorgd hebben |
ihr werdet gepflegt haben |
jullie zullen verzorgd hebben |
sie werden gepflegt haben |
zij zullen verzorgd hebben |
|
Konjunktiv II
Konjunktiv II Präsens
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) pflegte |
ik zou verzorgen |
(du) pflegtest |
jij zou verzorgen |
(er/sie/es) pflegte |
hij/zij/het zou verzorgen |
(wir) pflegten |
wij zouden verzorgen |
(ihr) pflegtet |
jullie zouden verzorgen |
(sie) pflegten |
zij zouden verzorgen |
|
Konjunktiv II Vergangenheit
Delen
Gekopieerd!
Duits |
Nederlands |
(ich) hätte gepflegt/ wäre gepflegt |
ik zou verzorgd hebben / ik zou verzorgd zijn |
(du) hättest gepflegt/ wärst gepflegt |
jij zou verzorgen/zou zijn verzorgd |
(er/sie/es) hätte gepflegt/ wäre gepflegt |
hij zou verzorgd hebben / hij zou verzorgd zijn |
(wir) hätten gepflegt/ wären gepflegt |
wij zouden verzorgd hebben/waren verzorgd |
(ihr) hättet gepflegt/ wärt gepflegt |
jullie zouden verzorgd hebben/jullie zouden verzorgd zijn |
(sie) hätten gepflegt/ wären gepflegt |
zij zouden verzorgd hebben/zouden verzorgd zijn |
|
Imperativ